Een voorleesverhaal voor kleuters, over de nieuwe auto van opa en oma — en het meisje dat hem meteen aardig vond.
Er stond op een zonnige middag een grote, glimmende auto voor het huis van opa en oma. Hij was zwart en glanzend, met twee grote bruine ogen die vrolijk in het rond keken. Zijn naam was Robert.
Tessa rende meteen naar buiten. Ze klom op haar tenen en aaide zachtjes over zijn neus. "Hallo Robert," fluisterde ze.
En Robert? Die knipperde eventjes met zijn koplampen, alsof hij terug knipoogde. Opa en oma keken glimlachend toe vanuit het raam. "Ik geloof dat jullie meteen vriendjes zijn geworden," zei opa.
Tessa mocht mee op avontuur. Oma hielp haar in het stoeltje en maakte de gordel vast, klik. Opa ging voorin zitten en knipoogde naar Robert op het dashboard. Twee ogen keken vrolijk terug.
"Klaar voor vertrek?" vroeg opa. Tessa zwaaide enthousiast. "Ja hoor! Rijden maar, Robert!"
En zachtjes, heel zachtjes, begon de auto te zoemen. Broemmm, broem-broem. Ze reden de oprit af, op weg naar de speeltuin.
Onderweg fietste er een meisje vlak langs de weg. Robert zag haar meteen en gaf een klein piepje, zodat opa extra goed keek.
Bij het volgende straatje stond een bordje met een dertig erop. Robert liet precies hetzelfde getal zien op zijn eigen schermpje. "Hij kan lezen!" riep Tessa stomverbaasd.
"Zoiets wel, ja," lachte oma. "Robert houdt de bordjes goed in de gaten, zodat opa niet te hard rijdt. Zo blijft iedereen op straat veilig — de fietsers, de wandelaars, en wij."
Bij de speeltuin aangekomen, wilde opa achteruit inparkeren. Op het schermpje verscheen ineens een plaatje van de parkeerplek, met groene en gele lijntjes.
"Zo kan opa precies zien waar hij moet stoppen, alsof Robert ogen in zijn rug heeft," legde oma uit. En in het zijspiegeltje ging een klein lampje branden, want er kwam een auto aan vanuit een hoekje dat je normaal niet kunt zien.
"Een geheime plek die jij niet kan zien, maar Robert wel!" riep Tessa blij.
Terug thuis pakte Tessa papier en een dikke stift. Ze ging op de stoep zitten, vlak naast Robert, en begon te tekenen. Twee grote ronde ogen, vier kleine wielen, en een grote lach.
"Kijk Robert, dit ben jij!" zei ze trots, en ze hield de tekening omhoog.
Robert knipperde blij met zijn koplampen, alsof hij zei: wat een mooi cadeautje.
Toen de zon onderging en alles goud kleurde, stond Robert stil op het pad, klaar voor een nieuw avontuur morgen. "Dank je wel, Robert, dat je zo goed oplet," zei Tessa, en ze klopte zachtjes op zijn motorkap.
Vanaf die dag mocht Tessa, elke keer als ze bij opa en oma kwam, als eerste hallo zeggen tegen Robert. En Robert paste extra goed op, want hij had nu niet alleen opa en oma om veilig thuis te brengen, maar ook een klein meisje met krullen die op hem rekende.
Dit is een verzonnen fantasieverhaal. Robert kijkt en praat natuurlijk niet echt — maar de hulpjes die hij Tessa laat zien, zoals opletten op fietsers, borden lezen en de dode hoek in de gaten houden, bestaan echt.
Wat wil je nu doen?
Tessa tekent Robert in het park
Samen een auto natekenen